Maandagavond 7 september 2026 bellen we Stijn Van de Voorde naar aanleiding van de net afgelopen editie van Crammerock, waarover je overigens nog uitgebreid leest in de papieren krant van Gazet Van Stekene op 12 september.
Stijn Van de Voorde kent festivals ondertussen vanuit zowat elke mogelijke positie: als bezoeker, muziekliefhebber, journalist, radiomaker, presentator, documentairemaker en tegenwoordig ook als performer en dj. Vrijdag stond hij samen met Thibault Christiaensen nog op het podium van Crammerock. ‘We stellen elke zomer een lijstje op van vijf plaatsen door waar we graag willen draaien en Crammerock zit daar altijd bij.’

Je stond vrijdag tot vier uur ‘s nachts op het podium. Hoe voelt de maandag na Crammerock?
‘Ik ben zaterdag helaas niet op het festival geweest, want ik had nog een trouwfeest. Anders was ik zeker gekomen. Maandag valt eigenlijk nog mee want ik ben niet vroeg opgestaan. Thibault wel, die moest er vroeg uit.’
Wat zorgt ervoor dat je na zoveel jaren in de muziekindustrie nog altijd warmloopt om in het holst van de nacht plaatjes te komen draaien?
‘Om half drie denk je toch even: oef, wie gaat hier nog zijn? Maar je draait daar altijd nog voor een heel enthousiaste tent. Wij draaien alleen op plaatsen waar we zelf graag komen. Het uur is voor ons niet zo belangrijk.’
En zijn twee muziekkenners het altijd eens over welke plaat er moet komen?
‘Wij komen altijd overeen. We maken er zelfs een sport van om nooit af te spreken wat onze eerste plaat zal zijn. Als we de stick erin steken, kiezen we pas. We begonnen deze keer vrij uptempo en open, omdat er veel jonge mensen stonden. Normaal draaien we ook graag wat moeilijkere gitaarmuziek. We passen ons aan aan het publiek, maar we draaien nooit iets waar we zelf niet achterstaan.’
Je kent Crammerock al lang. Wat betekent het festival voor jou?
‘Sinds 1997 heb ik geen enkele editie gemist. Ik vind het altijd plezant dat je in een kleine plaats als Stekene toch zo’n festival uit de grond kunt stampen. Er staat een heel goede programmatie, met internationale namen die je voor relatief weinig geld kunt zien. En ik kom er ook veel mensen tegen die ik anders niet zie, maar die ik van vroeger ken. Dat vind ik geestig.’
Wat was voor jou de verrassing van dit jaar?
‘CMAT vind ik heel tof. Dat is echt iets van deze tijd. Ook Lenny Lenny was opvallend. Het is best spectaculair dat je als festival met zo’n act op een vrijdag je volk kunt trekken terwijl de scholieren nog op school zitten en vele mensen nog aan het werk zijn. Mijn dochter polst ook graag of ze eens een les mag skippen voor Crammerock, maar dat mag ze dus voor alle duidelijkheid niet.’
Je hebt ondertussen zowat elke mogelijke rol op een festival gehad. Hoe beleef je het het liefst?
‘Plaatjes draaien is eigenlijk heel plezant. Zeker als mensen enthousiast zijn. Vroeger beleefde ik festivals vooral graag als bezoeker, maar nu vind ik het ook leuk om er zelf als artiest te staan. We hebben ondertussen geleerd wat goed werkt. Backstage kom ik bovendien veel Belgische artiesten en mensen tegen die ik ken. Dan kun je bijpraten.’
Wat maakt Crammerock volgens jou na 35 jaar nog altijd bijzonder?
‘Het is een volledige festivalervaring, maar tegelijk blijft het gemoedelijk. Voor veel mensen uit de omgeving is het vaak hun eerste festival. Zij krijgen meteen de grote namen, een camping en een goede line-up, maar het blijft betaalbaar. Toch is het geen dorpsfeest, maar een écht festival met een aangename grootte.’
Volgens Van de Voorde zit de kracht ook in de mix van leeftijden en muziekstijlen. ‘Je krijgt zestienjarigen en mensen die voor The Kids of Kasabian komen. De kunst is om jong en oud samen te krijgen en iedereen iets te geven waar ze blij van worden. Dat doet Crammerock met de Club, en sinds enkele jaren ook de gitaarbands op stage West, naast de twee grote hoofdpodia.’
En kan Crammerock binnen 35 jaar nog altijd bestaan?
‘Er is veel in beweging in de festivalwereld. Maar specifiek voor Crammerock denk ik dat veel afhangt van de vrijwilligers en de mensen die programmeren. Je hebt de juiste mensen nodig die het zien zitten om eraan te werken. De sfeer onder die mensen moet goed blijven. Ik hoor wel dat Crammerock een heel goede naam heeft bij artiesten: alles is netjes georganiseerd en artiesten worden goed onthaald. Zo krijg je als organisatie de kans om grote namen te blijven boeken.’
Zijn conclusie over het festival is dan ook duidelijk: ‘Stekene mag heel blij zijn met Crammerock, en het festival mag ook heel blij zijn met Stekene.’