In het diorama ‘Stekene statie’, opgesteld in het gerenoveerde stationsgebouw van Stekene keerde Eric De Bruyne terug naar het jaar 1950. Met zijn nieuwste realisatie ‘Kemseke Statie’ bevinden we ons eveneens in dezelfde tijdsperiode. Eric vertelt over de geschiedenis en de ontwikkeling zijn nieuw meesterwerk.
‘Vele jonge Kemzekenaren hebben deze statie nooit weten staan, zelf bij de oudere generatie zijn het enkel flarden uit een ver verleden die bij sommige terug kunnen worden opgeroepen. Vandaar was de grootste uitdaging deze flarden om te zetten in bruikbare beelden en ze samen te stellen tot het huidige diorama.’
Een strookje geschiedenis
‘Het station van Kemzeke werd rond 1901 opgericht, aanvankelijk was het station voorzien langs de oostkant van de Statiestraat, dit volgens plannen van het Ministerie van Openbare werken uit 1882. Daarbij zou de halte Kemseke getransformeerd worden naar een station. Uiteindelijk werd in 1890 het roethuis en het stationsgebouw aan de westkant van de Statiestraat ingetekend. In 1901 werd bij KB het plan van inrichting en de toegangswegen goedgekeurd, en konden de bouwwerken worden aangevat. Tijdens de eerste wereldoorlog (1914-1918) werd het spoorwegbeheer door de Duitse bezetter overgenomen en vertrokken vanuit Kemzeke station veel ladingen naar het Duitse binnenland.’
Op 22/01/1947 werd door ‘Chemin de Fer International de Maline a Terneuzen’ een verzoek om inlichtingen gevraagd, hierbij werd een lijst van handelszaken en bewoners opgemaakt en doorgegeven. In 1952 viel de beslissing om het personenvervoer op deze lijn af te schaffen. De spoorweg tussen Sint Gillis en Kemzeke werd opgebroken. En in 1954 verzocht de gemeente de NMBS om ook de bareel in de Statiestraat op te ruimen.
‘Het spoorweggedeelte tussen Kemzeke en Moerbeke bleef nog in functie voor goederentransport. Voornamelijk meststoffen, pulp, hout en materialen voor wegenaanleg werden aangevoerd. Voor het transport van meststoffen was een aparte aansluiting gegeven aan ets De Wilde. Tot 1970 bleef het spoor in gebruik. Vanaf eind 1973 werd gestart met de uitbraak van het resterende gedeelte van lijn 57A. Deze lijn werd gedeeltelijk ingericht als afwateringskanaal maar ook werd het traject ingericht als fietsroute F 41. Zo maakten de puffende en stomende treinen plaats voor menselijke puffende en stomende bolides.’
Beeldverhaal van Kemzeke
‘Sommige items zijn geïnspireerd op foto’s uit boek ‘Beeldverhaal van Kemzeke’ van wijlen Luc Vereecken, waardoor deze waarschijnlijk niet exact in het jaartal 1950 zijn genomen. Maar door hun uniek karakter verdienen ze naar mijn gevoel zeker een plaatsje in het diorama. Voorbeelden hiervan zijn, de autocar van de lijn Hulst-St.Nicolaas welke door Achiel Weyn werd uitgebaat, bakker George De Paepe met zijn triporteur ondersteund door een hondenkracht en bareelwachtster Nathalia Warrens met volledige uitrusting wakend over de orde aan de gesloten bareel.’
Ontwikkeling van de gebouwen
‘Als we even stil staan bij de ontwikkeling van de gebouwen, komen we tot volgende stadia. Ten eerste wordt, waar nog mogelijk, zoveel mogelijk opgemeten. Waar niet meer mogelijk zal aan de hand van foto’s en referentiepunten de grootte worden bepaald. Vele details worden echter gehaald uit de herinneringen van personen. Hierdoor is dit diorama, net zoals vele anderen geen exacte weergave van een omgeving die bestond, maar meer een samenbrengen van impressies om een zo goed mogelijk beeld te geven. Gezien van deze site maar een gebouw meer bestaat, in een min of meer oorspronkelijke staat, en enkele in de loop van de jaren verbouwd, was het dus de grootste uitdaging het verdere beeld te vervolledigen in het karakter van die tijd. Ook zijn enkele dichterlijke vrijheden gebruikt om de beperkte ruime op het diorama ingevuld te krijgen.’
De tweede stap die volgt is het uittekenen van de gebouwen, gevel per gevel, op de juiste schaal, 1/87 (schaal H0 voor de modelbouwers). Wanneer dit naar voldoening is uitgevoerd wordt deze tekening overgezet op hardboard plaat van 2.5 mm dikte.
‘Volgende stap is het uitsnijden van raam- en deuropeningen en het gevelpaneel. Eens dit werkje gedaan is kunnen we dit paneeltje bekleden met Slater plasticard steenstripplaten, deze dienen uiteraard ook voorzien worden van de nodige openingen. Ook de dikte van de hardboard plaat in de openingen dient afgewerkt. Zo wordt gevel per gevel afgewerkt. De laatste stap in dit proces is het vervuilen van de gevels zodat het plastiek zicht gecamoufleerd wordt.’
‘Ramen, deuren en eventuele gevelornamenten worden verkregen door 3D printing, hiervoor mijn dank aan mijn gebuur Jan. Voor de plaatsing worden ze gespoten in de juiste kleur en na droging voorzien van beglazing en gordijnen. Hierna worden ze in de voorziene openingen geplaatst en worden de raamdorpels aangebracht. Dezelfde methode wordt ook voor de dakpanelen gebruikt. Nadat deze prefab is afgerond kan begonnen worden met de opbouw van het pand op een grondplaat. Zo worden alle gebouwen individueel gebouwd en ingepast op het diorama.’
‘Zoals te zien zijn ook nog andere elementen aanwezig zoals bestrating, beplantingen en menige details. Deze zijn gedeeltelijk aangekocht en gedeeltelijk zelf gemaakt. Personen en dieren komen uit voor insiders bekende merken en dienen stuk per stuk te worden geschilderd, de bomen zijn eveneens aankoop en verder extra voorzien van bladgroen. De kleinere struiken en begroeiing zijn stuk voor stuk verlijmd en geplaatst. De meeste huizen zijn voorzien van een werkende binnenverlichting evenals de werkende lantaarns op perron en gevels.’
‘Ik wil hierbij iedereen bedanken die op een of andere manier heeft bijgedragen aan de verwezenlijking van dit diorama.’
Het diorama ‘Kemzeke statie’ van Eric De Bruyne is te bezichtigen tot 29 juni in de Sint-Jacobuskerk van Kemzeke.