Op haar twintigste stond ze al voor klas, later richtte ze met enkele vriendinnen de afdeling Chiromeisjes op in Kemzeke en werd ook hoofdleidster. Om maar te zeggen dat Agnes Mels (88) op haar manier een stempel drukte op de gemeenschap in haar geboortedorp.
Aan het eind van het interview peil ik bij Agnes wat haar boeit, wat haar leven verrijkt. ‘Ik hou van gedichten en van kleuren. Ken je het gedicht ‘Dinska Bronska’ van Karel van den Oever? Ik zal de eerste regels even citeren: ‘Uit een oud dorp – kameelbruin als de steppe – uit Plocka kwam Dinska Bronska. Haar hoofddoek was Pruisisch-blauw en heur haar vlas-geel; ook waren haar ogen blauw als fjord-water’. Voel je de cadans van het gedicht waardoor het kleurenpallet nog versterkt wordt?’ Dinska Bronska was lid van het grote leger economische vluchtelingen dat richting Amerika of Canada trok; kansloze mensen op weg naar een toekomst, een verhaal van alle tijden.’
Kleuren komen ook terug in de schilderijen die Agnes maakt, in aquarel en olieverf. ‘Voor mij roepen kleuren emoties op, ze leggen een atmosfeer vast. Ik volgde de Vrije Ateliers in Sint-Niklaas, in Nederland krijg ik nog les van Johan Van Waes. Bloemen, olijven, stillevens en zuiderse dorpsgezichten komen in mijn schilderijen terug.’
‘t Gelaag
‘We woonden in de Nationalestraat in Kemzeke, in een gezin met vijf kinderen waarvan er één jong stierf. Ik was twee jaar toen de tweede wereldoorlog uitbrak. Mijn moeder was huishoudster, ze had meer dan genoeg om handen met ons, later werden we mantelzorgers voor haar. Mijn vader werkte op dat moment in ’t Gelaag, de toenmalige steenfabriek in de Nieuwstraat. Hij werd opgeëist door de Duitsers om te gaan werken in Calais, ze bleven zijn loon betalen. Ik weet nog dat hij vaak meel meebracht. Vliegende bommen bezorgden me een enorme angst, het bloedbad bij de slager door een inslaande bom ben ik altijd blijven onthouden. Later werd mijn vader buschauffeur bij busmaatschappij Weyn.’
Internaat in Gijzegem
‘Na de lagere school, met een 7de en 8ste jaar, kreeg ik de kans om naar de Normaalschool te gaan. Ik had altijd graag verpleegster willen worden maar het is anders gelopen. Ik ging op internaat bij de Zusters van Sint-Vincentius in Gijzegem. Ik had het er naar mijn zin, ik kon mijn vleugels spreiden, het voelde goed om even weg te zijn van Kemzeke. Meestal verbleven we enkele weken op het internaat, we kwamen slechts sporadisch naar huis.’
Na haar opleiding kon Agnes in 1958 meteen aan de slag bij de meisjesschool in Kemzeke. ‘Ik kreeg het eerste leerjaar toegewezen en ben uiteindelijk 30 jaar ‘juf’ geweest, steeds bij de allerjongsten. Of ik een strenge juf was? Dat denk ik niet, maar ik maakte wel altijd ‘afspraken’ bij het begin van het schooljaar: eerst goed werken, daarna was er ruimte voor een verhaal of gingen we zingen. De tijden zijn vanzelfsprekend veranderd. Gemengd onderwijs is er pas gekomen na mijn pensionering. Meisjes konden vroeger nog zichzelf zijn: met de poppen spelen, dansen, hinkelen… dat is nu grotendeels voorbij.’
‘Onderwijzeres was een pittig beroep, lange dagen met een uiteenlopend pakket aan opdrachten: de kachel aanmaken, het klaslokaal schoonmaken, meerijden met de schoolbus, toezicht op de speelplaats. Er kwam heel wat bij kijken, het was toen nog vanzelfsprekend dat we al die extra taken er ‘gewoon’ bijnamen.’
Gedachten rapen
‘Lezen was mijn lievelingsvak, meer dan rekenen. Lezen is voor mij gedachten rapen. De smaak van het lezen moet groeien. Ik ben nog steeds een fervente lezer. Momenteel ben ik bezig in ‘Boete zonder schuld’ van Jan Beirens. Het is een gevangenisdagboek van een rechter die onterecht wordt opgepakt op verdenking van corruptie, waarvoor hij 87 dagen in de gevangenis van Vorst belandt. Het gaat in wezen om de worsteling van een individu tegen een machtsapparaat buiten alle rede. Ik heb ook veel leesplezier beleefd aan ‘Reynaert’ van Tom Lannoye en ‘Mazzel Tov’ van Margot Vanderstraeten.’
Chiro
‘Een apart hoofdstuk in mijn leven is het verhaal van de afdeling Chiromeisjes in Kemzeke. Ik begrijp nog steeds niet dat ik samen met Lutgart Mels, Monique Jacquet en Maria De Roos durfde een afdeling uit de grond te stampen. We hadden letterlijk niks, geen middelen, geen heem, geen uniform. Gelukkig ondervonden we heel wat sympathie in het dorp en mede dankzij de steun van pastoor Vercruyssen konden we een heem bouwen, de deuren en ramen waren afkomstig van de oude pastorij.’ Om het beeld compleet te maken: Agnes was ook jarenlang lid van het koor ‘Jong van Hart’, ze was leesmoeder en kookouder met haar man Theo en op nog zoveel andere manieren engageerde ze zich in het Kemzeeks gemeenschapsleven.
Rijk leven
‘Ik leerde mijn man Theo Van Hiel kennen bij de chiro. Theo was als hoofdgriffier verbonden aan de rechtbank van Koophandel. Samen hebben we drie kinderen: Mieke, Heidi en Gert. We vormen een warm gezin, we hebben veel aan elkaar. We zijn altijd gelovig gebleven, maar zonder dogma’s.’
‘Sinds de fusie van 1976 wonen we in Sint-Gillis-Waas wat voordien Kemzeke was. We hebben fijne buren, we waren lange tijd actief in het Holcomité. We houden van een sobere, ecologische levensstijl. Ons huis is gebouwd met zoveel mogelijk ecologische materialen, ook in de tuin opteren we voor een natuurlijke, biologische aanpak zonder kunstmest- of sproeistoffen. Elke dag verse groenten op tafel, eenvoudige eerlijke kost.’
‘We reisden graag vooral binnen Europa, vaak naar Italië. Maar een reis naar Japan is ons altijd bijgebleven: Japanners zijn gedisciplineerd, op een overvol perron dringen ze niet om in te stappen, daar kunnen we nog iets van leren. Ik ben dankbaar voor het rijke leven dat ik heb gehad, in materiële zin ben ik met zeer weinig tevreden.’
Quote:
‘We houden van een sobere, ecologische levensstijl. Ons huis is gebouwd met zoveel mogelijk ecologische materialen, ook in de tuin opteren we voor een natuurlijke, biologische aanpak zonder mest- of sproeistoffen.’
Agnes Mels