Marleen Martens uit Sijsele staat al meer dan 30 jaar op de markt in Stekene met haar snoepkraam. In die jaren veranderde de markt enorm. Maar van alle markten die ze doet, is Stekene de beste, verklapt ze. Tijd om bij te praten.
‘Ik ben begonnen in 1986’, vertelt Marleen: ‘Ik werkte toen bij Confiserie Geldhof. Daar kwam vaak een marktkramer snoep halen. Mijn baas vertelde mij dat hij daar goed geld mee verdiende. Ik heb toen niet lang getwijfeld om zelf te stap te zetten.’
De marktkramerswereld waar Marleen toen in terecht kwam, was helemaal anders dan vandaag, merkt ze meteen op. ‘De markt was God hé, iedereen ging naar de markt. Marktkramers kenden elkaar heel goed. Stekene had in die tijd nog een gesloten markt’, vertelt Marleen. Voor degenen die niet meteen weten wat dat betekent (uw journalist inclusief): ‘Dat is een markt waar er vaste plaatsen zijn voor de marktkramers. Op een normale markt kan je je aanbieden als losse marktkramer wanneer een vast kraam niet komt opdagen. Op een gesloten markt kan dat niet.’
Na enkele jaren onderneemt de gemeente Stekene actie. Ook het kleine plein, ten noorden van de kerk, mocht ingenomen worden door marktkramers. ‘In het begin stond dat daar helemaal vol. Ik werd toen geplaatst helemaal achteraan.’ In die tijd stond er een kraam met levende kippen net naast de deur van de kerk. ‘Dat vonden de begrafenisondernemers niet kunnen. Toen waren er nog veel meer begrafenissen en trouwers voor de kerk. Daarom moest Herman (die het kippenkraam uitbaatte, nvdr) opschuiven en kreeg ik die plek toebedeeld. Sindsdien heb ik nooit meer een andere plek gehad.’
Generaties aan het kraam
‘Ik heb verschillende generaties Stekenaars leren kennen’, vertelt Marleen. ‘Je kende de mensen echt goed vroeger. Ze kochten ook uit sympathie. Je leefde met hen mee, kende hun kinderen, die dan ondertussen zelf weer kinderen hebben en nog steeds aan het kraam verschijnen.’ Zo bleven er doorheen de jaren wel een aantal mensen bij: ‘Er is bijvoorbeeld een dame, ver in de 90, die elke week komt. Ik zeg dan altijd ’tot volgende week’, zij antwoordt steevast met: ‘Als ik dan nog leef, hé.”
In het gips
‘In september 2024 heb ik mijn voet gebroken’, vertelt Marleen. ‘Toen heb ik een paar maanden mijn kraam niet kunnen doen. Vanaf 7 maart kon ik dat weer, samen met mijn man Jaak. In die periode hebben we een tijdje overnacht in Stekene. Ik deed vrijdag de markt in Sleidinge, en daarna kwamen we hier slapen, om dan de zaterdagochtend de markt in Stekene te kunnen doen.’
Marleen verklapt dat ze die periode tussen september 2024 en maart 2025 als bang ervaarde: ‘Zullen de mensen me nog kennen als ik terugga?’ Het tegendeel bleek waar: ‘Toen ik terugkwam, dat was precies de koningin van Engeland die haar intrede maakte. In de aanloop daar naartoe heb ik ook wel van veel klanten berichtjes gekregen om te vragen hoe het ging.’
Gaten op de markt
Marleen ziet de laatste jaren steeds meer gaten verschijnen op de markt: ‘Er zijn in die jaren veel goede marktkramers weggevallen’, vertelt ze. ‘Mensen die vandaag marktkramer zijn of worden, blijven dat ook niet zo lang meer doen. Het is hard werken, en velen onderschatten het.’
Toch is de markt van Stekene voor haar bijzonder: ‘Als ik ooit stop, zal Stekene de enige markt zijn waar ik echt hartzeer van zal hebben. Het is hier een ander publiek, een andere mentaliteit. Ik ben enorm gehecht aan de markt.’ Dat stoppen is voorlopig nog niet aan de orde, voegt ze nog toe. Dan maar zaterdag richting de markt om snoepgoed, Pasen komt eraan.