Dicht bij mij in de buurt woont kunstschilder Rudi Van Buel.
Het hek stond al open en zijn echtgenote, Myriam, verwelkomde mij. Ze begeleidde me via de trap naar het mooie atelier waar ik kennismaakte met Rudi, een bedaarde rustige man. Op een tafel stond een dienblad met kopjes voor koffie en verschillende versnaperingen.
Het atelier is een warme ruimte. Grote dakvensters zorgen voor optimaal licht. Aan de met hout beklede wanden hangen de werken van Rudi, die je als venstertjes uitzicht bieden op de wijde natuur uit de omgeving; het merendeel fijne landschapjes op klein formaat maar ook enkele grotere. Aan het eind van de ruimte staat de schildersezel met een tafel en een stoel, zijn werkplek. Hij schenkt de koffie in en we starten ons gesprek.
Wanneer begon je eraan Rudi?
‘Ik was nog klein. Mijn ouders vonden mij een gemakkelijk kind om ergens mee naartoe te nemen want met een blad papier en een potlood was ik zoet. Toen ik een jaar of tien was begon ik te experimenteren met waterverf. Ik deed dat graag. Van mijn ouders mocht ik er echter niet mijn beroep van maken of een verdere opleiding volgen. Daar kun je je brood niet mee verdienen, zeiden ze.’
Was jouw schilderkunst oorspronkelijk enkel een hobby?
‘Het is bij een hobby gebleven omdat ik van thuis uit niet gestimuleerd werd. Ik tekende graag, dus alles wat daarmee te maken had, pikte ik wel op. Op mijn 24ste begon ik met olieverf te werken. Mensen die bij ons langs de achterdeur binnenkwamen en op die manier mijn werk zagen, vroegen of ik daar iets mee deed, en ik zei nee. Daar bleef het bij totdat ik mijn vrouw leerde kennen. Zonder dat ik het wist, schreef ze mij in bij een kunstkring op Linkeroever. Het werk van elk lid werd daar in groep besproken en ik leerde er wel iets mee.’
Naar welke schilders keek je op?
‘De schilders van de Haagse School, waaronder Luis Apol en de schilders van Barbizon. De winterlandschappen van Luis Apol vond ik adembenemend! Ook de schilderijen van Courtens fascineerden mij zodanig dat ik dacht, dat zou ik ook willen kunnen! Daar kon je zó in stappen…’
Organiseer je hier soms een tentoonstelling?
‘Op een keer heb ik mij er toch aan gewaagd. Ik vroeg mij af, gaat dit aanslaan? Vorig jaar heb ik het drie keer gedaan en telkens met succes! De vele mensen die kwamen waren erg enthousiast, vol verwondering keken ze hier rond.’
Vind je dat er een evolutie in je werk zit tegenover vroeger?
‘Zeker en vast. Het laatste werk dat ik gemaakt heb is dát daar. Dat was in het waterwinningsgebied in Sint-Jan Steen. Zo kan je vergelijken…’
Rudi wijst naar een stemmig werk: een dreef met bomen waar het zonlicht doorheen het tere groen van de bladeren speelt, met een zachtblauwe lucht erboven. En je voelt het, zoals bij de muziek van Vivaldi in de Vier Seizoenen, dit hier is de lente…!
Als je een werk verkoopt heb je daar dan geen spijt van?
‘Meestal wel, ja. Maar dat is dubbel, hé! Het zijn uiteraard mijn beste werken die de kopers eruit halen. Dus maak ik van elk werk steeds een foto zodat ik ernaar kan terugkijken als ik dat wil. Je kan ook niet alles bijhouden!’
Ga je soms naar buiten om die landschappen te schilderen?
‘Soms wel maar meestal neem ik foto’s. Op een keer reden we naar de Moervaart. Mijn echtgenote die graag leest, vergezelde mij. Op een rustig mooi plekje maakte ik een schets van een roeibootje in het water met de bedoeling er later een schilderij van te maken. Maar dat schetsje was eigenlijk zo mooi uitgevallen dat ik dacht: ik laat het zo. Ik kader het in en op een volgende tentoonstelling neem ik het eens mee, en… het was direct verkocht! Op alle plekken die je hier ziet op mijn werken, ben ik zelf geweest!’
Quote:
‘Het zijn uiteraard mijn beste werken die de kopers eruit halen. Dus maak ik van elk werk steeds een foto zodat ik ernaar kan terugkijken als ik dat wil.’
Rudi Van Buel