Bij de Gazet van Stekene steken we enkel voor mensen met een bijzonder verhaal de (gemeente)grens over. Dit bezoek aan Ronny De Bisschop (76) in de Belseelse Groenstraat is er zo eentje om in te kaderen. Een verhaal van vele tegenslagen en hoe de man zich daar telkens weer bovenop knokte en nog altijd hyperactief zijn mooie woning in het bos verzorgt.
‘Maar ik ben Stekenaar hoor, eigenlijk Kemzekenaar om juist te zijn’, verontschuldigd Ronny zich al meteen om geen vreemde eend in de GVS-bijt te zijn. ‘Ik heb 25 jaar in de August Melsstraat gewoond voor ik na het overlijden van mijn vrouw naar hier kwam wonen. Op mijn paspoort staat dat ik geboren ben in Hulst maar ik ben geen Hollander. Mijn ouders woonden in de Klingestraat aan de Kemzeekse Paal en toen ik in 1949 mijn neus aan het venster stak was er nog een moederhuis in de kliniek van Hulst.’
‘Ik ben altijd al sportman geweest. We woonden niet ver van het voetbalterrein van De Klinge en daar werd ik keeper. Op mijn zestiende stond ik al in de eerste ploeg van De Klinge maar omdat daar geen scholieren waren speelde ik ook een tijdje in Sint-Gillis. Voetballen in de winter en ondertussen was ik beginnen koersen in de zomer. Er was een tijd dat ik zaterdag ging koersen en op zondag nog in de goal stond maar mijn trainer André Struyf werd bijna zot toen ik besloot om enkel nog te koersen.’
‘Bij de beginnelingen was ik zeker geen uitblinker maar ik was een heel regelmatige coureur. Ik had geen klasse maar wel veel karakter en door hard te trainen kan je ook veel bereiken. Bij de juniors dacht ik tot op één meter van de aankomst in Meerbeke Belgisch kampioen te worden maar in die allerlaatste meter werd ik nog door drie man gepasseerd. Ik werd vierde op amper 20 centimeter van de winnaar.’
Slechts één auto
‘Bij de liefhebbers won ik 17 koersen waaronder toch enkele grote zoals de Franco Belge in Meulebeke. Daar had ik ondertussen al een wasmachine gewonnen en datzelfde jaar na een regelmatigheidscriterium zelfs een auto, een Fiat. Ik won er bijna nog een tweede, in Herentals. Daar was in één koers direct een auto te winnen. Tot een kilometer voor de meet reed ik op kop en dan reed ik lek. Weg auto nummer twee….’
‘Hertekamp startte een profploeg met allemaal jonge wielrenners. Ik kwam daar in een team met onder andere José De Cauwer en Ghislain Van Landeghem. Geen idee waarom er zoveel Waaslanders in de ploeg zaten, misschien was het gewoon toeval. De volgende jaren stapte ik over naar Goldor, Frisol en Zoppas Plendor. In die jaren won ik zes koersen bij de beroepsrenners.’
Gegijzeld
‘Ik was amper 27 jaar toen het op de Kemmelberg helemaal fout liep. We zaten met vier in een ontsnapping in de afdaling. Op die plaats reden ze toen tegen 90 kilometer per uur naar beneden. Vandaag mogen ze daar niet meer komen wegens te gevaarlijk. Net voor een bocht viel ik plat en wat er daarna gebeurde heb ik alleen van horen zeggen. Ik was buiten bewustzijn en werd gevonden door een jong mannetje. Heel mijn leven heb ik die proberen opzoeken en pas vijf jaar geleden heb ik hem gevonden. Mijn knieschijf was gebroken en mijn gezicht was helemaal kapot.’
‘Ik werd wakker in de kliniek van Ieper: De Drie Zustersteden. Daar zijn ze met mijn geld gaan lopen. Omdat ik prof was ging het dus om een arbeidsongeval maar daar wilden ze niet van weten. Ik werd eigenlijk gegijzeld want ik mocht niet buiten voor ik alles betaald had. Vandaag is dat gelukkig allemaal veel beter geregeld. Het daaropvolgende jaar sleepten ze mij van kliniek naar kliniek en dan begint je molen te draaien: heel mijn jong leven opgeofferd voor de koers en dan was in een fractie van een seconde alles voorbij. Ik heb nadien nog wel proberen koersen bij Marc’s Zeepcentrale – daar ben ik Marc nu nog altijd dankbaar voor – maar het ging niet meer.’
Kristof
‘De koers was definitief voorbij. Ik ging werken in de kerncentrale van Doel. Tot aan mijn pensioen. Dat was een gouden tijd, met die mannen gaan we nog ieder jaar een keertje eten.’ Maar ook in die periode eiste de koers zijn tol. ‘Ik ben de nonkel van Kristof Goddaert, de beloftevolle jonge coureur uit De Klinge die in 2014 op amper 27-jarige leeftijd verongelukte bij een ongeval in Antwerpen. Datzelfde jaar verloor ook mijn echtgenote na een jarenlange strijd het gevecht tegen borstkanker en nog steeds in 2014 verloor ik ook mijn beide ouders. Sinds de covidepidemie heb ik veel last maar ik ben nog altijd nog altijd heel actief bezig met het onderhoud van mijn woning en de bos eromheen. Ik ben altijd een natuurmens geweest en ik moet buiten kunnen zijn. Zo ben ik ook sterk betrokken in de jaarlijkse toertocht ter nagedachtenis van Kristof Goddaert. De Gazet Van Stekene moet maar eens afkomen begin juni.’ Doen we, Ronny!