
Aandachtige lezers herinneren zich wellicht nog het artikel ‘Het Stropersbos, de kers op de taart’ in het vorige nummer van de Gazet van Stekene. Groot was onze verbazing toen we enkele weken later op de redactie een mail ontvingen van een zekere Patrick Willems uit Asse. De Gazet belandt dus blijkbaar overal in Vlaanderen!
Patrick had bij een vriendenbezoek in Sint-Gillis-Waas uit handen van de familie Etienne en Josée Stremersch-Billiet een exemplaar van de Gazet ontvangen en liet weten dat zijn moeder, Simonne Begyn, nog in het boswachtershuis in De Stropers gewoond heeft, samen met haar ouders, haar grootmoeder en twee broers.
Een vleugje geschiedenis
Het gebouw dat we nu kennen als het boswachtershuis werd in 1870 als jachtwachtershuis gebouwd in wat toen nog de Koestraat noemde (alle dreven in de omgeving van de huidige Koestraat kregen toen dezelfde naam).
Simonne’s grootvader Richard Begyn werd als erkend opgeleide boswachter aangeworven door Robert Vindevogel, destijds eigenaar van 250 ha bossen in de Stroopers in Kemzeke. Hij had als taak het beheer van het bos, toen sterk verwaarloosd, en van het wildbeheer en kreeg het destijds verloederde boswachtershuis toegewezen, toen in 1936 in de Koestraat, nu de Liniedreef genaamd.
Groot was hun teleurstelling bij aankomst. Simonne getuigt hierover in een artikel dat verscheen in d’Euzie, nr. 4 in 2009: ‘Het jachtwachtershuisje was niet het optrekje om over naar huis te schrijven. Geen likje verf te zien op ramen en deuren, een half afgebroken schouw, kleine bijgebouwtjes met scheefhangende deuren, en een aantal luiken gesloten omdat het glas was stukgeslagen. Bij het openen van de achterdeur ritselden de ratten langs alle kanten weg. En de geur was om van te walgen. Om de geur uit het huis te krijgen gingen alle deuren en ramen open met de bedoeling om ’s nachts toch binnen te kunnen slapen. Gelukkig kwamen de tweede dag al bouwvakkers om af te breken, te metselen en te bepleisteren, een werk dat binnen het jaar moest afgewerkt zijn.’
De moeder van Simonne en haar grootmoeder die er ook inwoonde verwijderden intussen het behang, 11 lagen dik, van de muren en dat hielp veel om de muffe geur uit het huis te halen. Daarna waren de kelder en de zolder aan de beurt. De kelder werd vakkundig ontsmet, en Simonne’s vader timmerde op de ruime zolder drie houten wanden zodat er voor iedereen slaapgelegenheid was en zelfs een speelkamer met een kast voor hun speelgoed.
Vindingrijk man
Het huis miste veel comfort, in het bijzonder elektriciteit. Maar Richard was een handig man. Hij maakte een generator in de vorm van een molen. De molen werd op een hoge driepikkel geplaatst en voorzien van een tegengewicht. Met de wind werd elektriciteit gegenereerd die werd opgeslagen in een batterij op zolder; zowaar een voorloper van de duurzame energievoorziening, en gratis nog wel!
Een jaar na aankomst had het huis een metamorfose ondergaan en was het een echte woning geworden met bloembakken aan de gevels als verfraaiing.
Simonne en haar broers leerden via de school Josée en Gustaaf Billiet kennen en de familie Drumont uit De Klinge. Samen spookten ze heel wat fratsen uit in de natuur van het Stropersbos. Zij werden ook vrienden van Simonne’s zoon Patrick Willems die er nu nog regelmatig contact mee heeft.

Wat nu?
Toen in 1945 Robert Vindevogel stierf werd het eigendom verdeeld onder de familie, en werd het contract met Richard Begyn als boswachter helaas niet verlengd. In de volksmond werd de Liniedreef later de ‘Palmkoeckdreef’ genoemd omdat een zekere Palmkoeck er als boswachter nog zou gewoond hebben.
Toen het boswachtershuis in de jaren ’80 leeg stond en in verval raakte, werd het in de winter wel eens ‘gebruikt’ door enkele natuurliefhebbers die in de winter de kachel aanstaken om zich te warmen, nadat ze via een raam aan de achterkant binnen konden geraken. Ondergetekende kan ervan meespreken…
Uiteindelijk werden de Stropers samen met het huis verkocht aan de toenmalige afdeling Waters & Bossen van de Vlaamse Overheid, nu Agentschap Natuur & Bos. De huidige boswachter Joris Goossens getuigt: ‘De woning wordt al jaren als opslagplaats gebruikt aangezien ze onbewoonbaar verklaard is. Voormalig schaapherder Chris Noens, wiens schapen ook nog langs de Stekense wegbermen graasden, heeft er een tijdlang zijn materiaal opgeslagen. Twee oude hooikeerders staan er nu nog als stille getuige van de werken die er toen in De Stropers werden uitgevoerd.’
‘Er waren zelfs plannen om de woning af te breken en te vervangen door een houten schuur, maar dat is gelukkig niet doorgegaan. Het kleine houten bordje dat iemand ter herinnering aan boswachter Richard Begyn heeft opgehangen aan het hek is sympathiek, en we willen graag meewerken aan de instandhouding van het boswachtershuis en er een mooi infobord bij plaatsen met de geschiedenis ervan.’
Wie van de lezers er nog meer over weet te vertellen mag ons altijd contacteren, het kan ertoe bijdragen om dit stukje erfgoed op te waarderen.