Ik ontmoet een trotse William in zijn living in de Vlasrootstraat in Sint-Pauwels, waar in het volle zicht reeds ferme gitaren pronken.
‘Ik startte met gitaren bouwen na mijn pensionering. Maar eigenlijk start mijn verhaal veel vroeger, vermits ik in de jaren ’60 aan de VTS in Sint-Niklaas werd opgeleid tot schrijnwerker-meubelmaker. Daarna ging ik werken bij verscheidene schrijnwerkers, waar ik alle kneepjes van de houtbewerking leerde. Die ervaring en knowhow zijn cruciaal, want een gitaar zomaar beginnen maken is niet zo’n goed plan’.
Kort na zijn pensioen volgde William een opleiding gitaarbouw in het centrum voor muziekinstrumentenbouw (CmB) in Puurs. ‘Als proefwerk in het eerste jaar moesten we een klein gitaartje maken. Dat liep goed en ik kon al snel aan mijn eerste eigen akoestische gitaar beginnen werken. In de daaropvolgende jaren maakte ik verscheidene werkstukken en scripties. En ik ontwierp ook zelf een polyvalente lijmschotel, inclusief plannen, om heel precies een bolle klankkast van een gitaar op te maken. Mijn leerkracht was ferm onder de indruk.’
‘De opleiding duurde vier jaar en ik ben in 2023 uiteindelijk afgestudeerd met grote onderscheiding. Mijn eindwerk was een elektrische gitaar. Om de ideale look te bekomen gebruikte ik een polyester spuitlak met kobalt in een professionele spuitcabine. Alleen al de droogtijd van de eerste drie spuitlagen bedroeg zes weken, om springen van de lak te voorkomen. Nadien spoot ik ook nog een hoogglans eindlaag om die, na droging, te polijsten.’
Braziliaans notelaarhout
Hoe begin je aan de constructie van een gitaar?
‘“Op het CmB is er een planotheek met tekeningen. Ik kies daar een model en vertrek op basis van die plannen. Het geschikte hout vinden is een ander paar mouwen. Het CmB heeft weliswaar een winkeltje, maar daar hebben ze niet alles.’
‘Dankzij mijn carrière als schrijnwerker heb ik natuurlijk wel wat connecties. Zo kon ik oude loten Braziliaans notelaarhout op de kop tikken van een vroegere meubelmaker in Sint-Niklaas. Als wederdienst herstelde ik een mandoline, een oud erfstuk in de familie. Ik vervangde de stemmechanieken en plaatste nieuwe snaren. En ik verwijderde de oude verflagen om de mandoline tenslotte te politoeren. Dat is een tijdsintensieve techniek waarin je schellak smelt en oplost in alcohol, om die vernis vervolgens in lagen in het hout te draaien met een katoenen dot. Toen ik klaar was herkenden de dolgelukkige eigenaars hun mandoline bijna niet meer.’
‘En ik heb uiteraard ook nog wat resthout van toen ik meubelmaker was. Ik maakte ooit een bureau voor prins – nu koning – Filip uit palissanderhout. Een overschotje daarvan gebruikte ik voor de toets van een akoestische gitaar (het dunne stuk hout waarboven de snaren van een gitaar zijn gespannen, nvdr).
‘De afwerking en de details zijn vaak het duurste. Denk aan parelmoer, inlegwerk, fineerhout, stemmechanieken, kambeentjes, pickups, …’
Bewerkingstechnieken kosten tijd
‘Hout plooien doe je op een speciale verwarmde balk. Je moet het hout vochtig maken en dan met veel geduld in vorm zetten. Uren werk en als je niet voorzichtig bent breekt alles. De interne versteviging van een klankkast is latje per latje spannen en wachten.’
‘Wist je trouwens dat je een akoestische gitaar eigenlijk al deels moet stemmen tijdens de constructie? De onderkam wordt namelijk in het hout gefreesd, en kan je dan niet meer verzetten. Dus moet je eerst met een tijdelijke metalen kam de gitaar stemmen en de intonatie bepalen. Pas als dat goed is kan je de definitieve versie van de onderkam plaatsen. Ik maakte ondertussen al een stuk of zes gitaren in totaal. Reken toch op één volledig jaar werk per gitaar.’
Wat doe je met de gitaren die je zelf maakte?
‘Soms speel ik er wel eens op. Toen ik jong was speelde ik zelf in een groepje – the Questionmarks.’ Wanneer hij een foto bovenhaalt, herken ik naast een piepjonge William plotsklaps ook een nonkel van de redacteur. Grappig. De wereld is echt klein.
‘Maar mijn gitaren zijn ook heuse kunstwerken. Elke gitaar is dan ook gelabeld binnenin met de letters WL en een datum. Op het einde van één van de schooljaren in het CmB was er de mogelijkheid om de zelfgemaakte muziekinstrumenten te laten testen en bespelen door beroepsmuzikanten. Ik herinner me nog goed dat een Nederlandse muzikant het toen heeft gepresteerd met een lange vingernagel een heel diepe kras in het hout van mijn gitaar te maken. Kwaad dat ik toen was.’
Welke uitdagingen liggen er nog in het verschiet?
‘Eerstvolgend wil ik een mandoline uit Saudi-Arabië restaureren. Een overbuur bracht die als souvenir mee, maar de hals raakte gebroken op een luchthaven.’
Quote:
‘De afwerking en de details zijn vaak het duurste. Denk aan parelmoer, inlegwerk, fineerhout, stemmechanieken, kambeentjes, pickups, …’
William Lahaye