In de reeks over de natuur in Stekene zijn al veel pareltjes belicht, maar ongetwijfeld het meest bekende natuurgebied in de gemeente met de meeste uitstraling is grotendeels gesitueerd in Kemzeke: het Stropersbos. Met een oppervlakte van bijna 500 hectare is het meteen één van de grootste en mooiste bosgebieden van Oost-Vlaanderen.
De benaming is echter niet zoals veel mensen denken ontleend aan het feit dat hier vaak gestroopt werd – wat ongetwijfeld het geval is geweest – maar aan een familie De Strooper of Stroopers die eigenaar was van grote delen van dit gebied.
Koningsforeest
Tot in de vroege middeleeuwen strekte een groot woud zich uit over ruim de helft van het Waasland, van oost naar west: het Koningsforeest. Het was eigendom van de graven van Vlaanderen, die er graag jachtpartijen organiseerden. Dat duurde tot abdijen, plaatselijke heren en particulieren de gronden mochten ontginnen; de oudst bekende ontginning dateert van 1117, het jaar dat de parochie Kemzeke ontstond. De abdij van Boudelo in Klein-Sinaai had ook een aantal gronden gekregen in de Stropers om te ontginnen, evenals de priorij Ter Cluysen (vandaar de naam Kluishof in Sint-Gillis-Waas). De grond was rijk aan turf, dat in die tijd een waardevolle brandstof was. Daarna werden de gronden vaak in landbouwgrond omgezet.
Dit leidde ertoe dat op het einde van 16e en 17e eeuw het woud nagenoeg volledig verdwenen was, op enkele kleine bosjes na. De volgende eeuwen werd geleidelijk aan opnieuw bos aangeplant voor hakhout om zich te kunnen verwarmen, en een aantal landbouwpercelen die op deze arme zandgronden niet veel opbrachten raakten spontaan opnieuw bebost, met het huidige Stropersbos als restant van het grote Koningsforeest als resultaat. Het Vlaams gewest is momenteel voor het grootste deel eigenaar van het gebied, dat wordt beheerd door het Vlaams Agentschap Natuur & Bos. De plaatselijke boswachter Joris Goossens kan je daar dagelijks aantreffen.
Ten oorlog!
Het is niet altijd peis en vree geweest in onze contreien, zoals je in en rond het Stropersbos nog steeds kan merken. Als je in geschiedenis geïnteresseerd bent, kom je het Stropersbos best binnen langs de hoofdingang in de Stropersstraat, rechtover de winkel van Donckers. Je ziet dan onmiddellijk aan je rechterkant een water dat lijkt op een langwerpige vijver, en langs één kant een met bos begroeide aarden wal.
Die vijver en wal zijn een restant van de omwalling van het fort Sint-Jan dat eind jaren 1500 gebouwd werd, en aan de andere kant van de straat zie je diezelfde omwalling, waar nu The Lakehouse naast gebouwd is. Kemzekenaren zullen dit domein ook nog wel kennen als ‘De Wal’, waar je vroeger kon gaan zwemmen of ontspannen bij het strandje aan het water. Het domein heeft zijn naam dus niet gestolen. De verbindingsweg naar Hulst passeerde vroeger door het fort maar is lang geleden verbreed waardoor het fort is afgebroken.
Vanaf dit fort werd dwars door de Stropers in de periode van de Spaanse Nederlanden (eind 1500) door Alexander Farnese – hertog van Parma – de zogenaamde Parmavaart gegraven. Via water wou hij voor zijn Spaans leger de verbinding tussen Gent en Antwerpen herstellen, nadat de Antwerpenaren de Schelde hadden afgesloten. In De Stropers zijn nog sporen van het kanaal te merken.
en nog meer oorlog…
Tijdens een volgende belegering waarbij de Spanjaarden tegen de Nederlandse republiek vochten werd ter hoogte van de Parmavaart een verdedigingslinie opgetrokken. Deze ‘linie’ bestaat uit een brede gracht met erachter een aarden wal. Men koos hier voor een zogenaamde ‘puntverdediging’, ook wel een ‘redan’ genaamd. Dit zijn driehoekige uitsteeksels van waarop men de vijand goed kon zien en bestoken. Op deze defensieve structuur staan ‘redans’. Als je bij de ingang van het bos naar het laarzenpad trekt, kan je een beter beeld krijgen van een stukje wal en walgracht dat gereconstrueerd werd. En op het wandelpad door het Stropersbos kan je de zigzaggende loop van de Linie nog steeds duidelijk volgen.
Van kunstmatig naaldbos…
In de loop van de 18de-20e eeuw wordt het gebied geleidelijk aan bebost met dennen en sparren voor de mijnbouw volgens een nieuw, rationeler patroon met lange, rechte dreven. De zogenaamde Douglasdreef met oude Douglassparren die van oost naar west het ganse gebied doorkruist, is de meest imposante met bomen tot meer dan 25m hoog. Het hout van deze bomen is sterk en duurzaam, en wordt voor allerlei buitentoepassingen gebruikt zoals afsluitingen, ramen, deuren. Wist je dat de gemeente enkele van deze bomen gekregen heeft en tot planken heeft laten verzagen om er buitenmeubelen mee te maken? De zitgelegenheid aan de uitkijktoren Niemandsland aan het Waterwingebied rechtover het Stropersbos is met dit hout gemaakt. Van duurzaam materiaalgebruik gesproken…
Af en toe sterft er al eens een boom af, maar dat zorgt voor ontzettend veel nieuw leven van kevers, schimmels, zwammen, allerlei insecten die zorgen voor de afbraak van de boom en voedsel voor nieuwe bomen die licht genoeg krijgen om te groeien. Regelmatig broedt hier ook de wespendief, een zeldzame havikachtige roofvogel die zich zoals zijn naam laat vermoeden gespecialiseerd heeft in het leegroven van wespennesten. Met de komst van de gevaarlijke Aziatische hoornaar is hij een welkome bestrijder!
…naar Europees beschermde natte natuur
De akkers in het gebied evolueerden naar vaaggronden die later spontaan verbosten. In de nattere delen werden elzenbroekbossen aangeplant in ‘rabatten’, dat zijn langwerpige ophogingen tussen grachten waarop elzen, die graag met hun voeten in het water staan, kunnen groeien.
Om de verdere verdroging van het gebied tegen te gaan zijn aan verschillende grachten stuwen geplaatst waardoor plant- en diersoorten uit natte heiden en hooilanden terug kansen krijgen.
Ook voor paddenstoelen is het bos een waar paradijs, met bijna 700 soorten die er al werden waargenomen. Eén ervan, de groene knolamaniet is een pronkstuk, maar tegelijk één van de giftigste paddenstoelen ter wereld. Ook zijn broertje, de zwarte amaniet komt hier voor, en die is zeer zeldzaam.
Het natuurstreefdoel van dit Europees beschermd Natura2000-gebied is een landschap met heel wat overgangssituaties tussen bos en grasland: gesloten bos, spontane bosopslag en struweel afgewisseld met vochtige en droge heischrale graslanden en schrale hooilanden. Op oude kaarten staan dergelijke gebieden ingetekend als ‘wastines’. Het beheer hiervan gebeurt zeer extensief via jaarrond begrazingsbeheer, onder meer met Gallowayrunderen, Konikpaarden en pony’s. Deze dieren lopen in een ruim omheind deel, maar als bezoeker mag je door het klaphek tussen de dieren lopen, maar wel op de paden blijven.
Vooral in het weekend is het Stropersbos een toeristische trekpleister van formaat voor wandelaars en natuurliefhebbers uit alle windstreken die komen genieten in een uniek gebied dat we moeten koesteren.