Op de drempel van hun eeuwfeest sluit Autobussen Weyn, onderdeel van de groep Hansea, zijn deuren definitief in het centrum van Kemzeke. Wat er met de gronden en gebouwen, eigendom van de familie Weyn, staat te gebeuren is nog niet bekend.
Gazet Van Stekene blikt met twee ‘ervaringsdeskundigen’ terug op bijna 100 jaar Autobussen Weyn. Guy Weyn, trad in dienst in 1979 en ging zeven jaar geleden met pensioen. Filip De Beleyr startte zijn loopbaan bij Autobussen Weyn in 1985 en is nu nog twee dagen per week actief in het statuut van een flexi job.
Guy en Filip waren, zoals ze het zelf omschrijven, ‘getrouwd’ met Autobussen Weyn. ‘Onze taken kon je niet exact definiëren, wij waren manusjes-van-alles, moesten van vele markten thuis zijn. Van het carrosseriewerk tot mechaniek, elektronica, depannage dag en nacht, en dit zowel voor lijnbussen, schoolvervoer als toerisme in binnen- en buitenland. Bij Guy lag de focus op het carrosseriewerk, bij Filip op de elektronica en mechanica.
‘In de loop der jaren is de techniek ontzettend veranderd. Vroeger reden we met Leyland bussen waarvan het motorblok na ongeveer 250.000 km gereviseerd moest worden, hedendaagse bussen bollen makkelijk 1 miljoen kilometer. Vroeger moesten we trekken en sleuren om onderdelen te vervangen, het was echt wel zwaar werk, onze ruggen en heupen zijn versleten.’
‘We hebben ook nooit gekeken op een uur minder of meer werken. Vaak in de winter, wanneer het hard vroor, begonnen we om vijf ’s morgens en waren we soms pas rond 23u00 klaar. Tijdens de wintermaanden hadden heel wat bussen last van bevroren remmen of weigerden te starten. Dat behoort allemaal tot het verleden.’
Meer comfort
‘De grootste verandering is het toegenomen comfort. We reden in de beginperiode enkel met Engelse Leyland bussen. Deze werden later vervangen door modernere types en merken zoals Volvo, Daf , Scania, Man, Mercedes. Moderne bussen beschikken nu over luchtvering, airco een goed werkende verwarming naast ook schijfremmen. Bovendien is de bediening vereenvoudigd dankzij servosturen.’
‘Bij Autobussen Weyn stond ook altijd voorop: wat we zelf doen, doen we beter. We waren steeds zuinig op ons materiaal. ‘Afgedankte’ bussen werden grondig gestript, onderdelen gebruikten we nog zoveel mogelijk voor een tweede of derde leven. Herstellingen werden zo min mogelijk uitbesteed maar uitgevoerd in de eigen werkplaats. Ons motto luidde: liever herstellen dan vervangen. Dat is wellicht arbeidsintensiever maar uiteindelijk ook goedkoper.’
70 medewerkers
‘Het is misschien verrassend maar momenteel tellen we nog 37 vaste personeelsleden, 31 medewerkers met een flexibaan en 2 medewerkers met een interim contract. Het aantal medewerkers is de voorbije periode fors gestegen omwille van het succes van de belbus. Voor de belbus, die 7 op 7 rijdt, zijn een groot aantal chauffeurs nodig, vaak ingevuld door gepensioneerden die enkele uren per dag actief zijn.’
‘Net zoals voor vele andere sectoren is het niet evident om nieuwe chauffeurs aan te trekken. Het behalen van het rijbewijs D is niet makkelijk en bovendien een dure aangelegenheid. De VDAB biedt op dat vlak wel goede opleidingen. Ook mekaniekers zijn een knelpuntberoep bij ons.’
‘De bussen verhuizen naar de Hansea groep, met lijnen over het ganse land. Het contract met De Lijn is overgenomen door Waaslandia, zij waren de goedkoopste aanbieder. Enkele van de huidige medewerkers maken de overstap naar vestigingen van Hansea, een aantal gaat op pensioen en nog anderen vonden elders een job.’ Verschillende chauffeurs verhuizen mee naar Waaslandia waar ze daar aan het werk kunnen.’
Familiale sfeer
‘We kijken beide met veel plezier terug op onze loopbanen bij Autobussen Weyn. Iedereen kende zijn job en was bereid om elkaar te helpen. We waren echt verknocht aan ons werk. Bovendien genoten we van een zekere vrijheid in een familiale sfeer, van een keurslijf was geen sprake.’
Kader: Kurt De Block, 42 manager bij Autobussen Weyn
Terwijl zijn neef Guy Weyn verantwoordelijke was voor de werkplaats, stond Kurt De Block aan het hoofd van de administratie. ‘Direct na mijn schoolopleiding ben ik op 21-jarige leeftijd ingestapt in het bedrijf. Al snel werden er heel wat verantwoordelijkheden overgeheveld van mijn nonkel Pierre naar mezelf.’
‘Ondertussen werk ik al 42 jaar in het bedrijf en het was vooral een mooie tijd omdat ik steeds kon terugvallen op een superteam van gemotiveerde mensen met verantwoordelijkheidszin zoals Guy en Filip dat waren. Nadien werd het team nog aangevuld met Sven en Peter die met evenveel overgave steeds bereid waren een extraatje te doen. In het bureel vormde ik ook een ingespeeld team met mijn collega Dieter, die sinds eind 2023 mijn managersfunctie heeft overgenomen.’
‘Voor mezelf was het steeds een boeiende, uitdagende job, als manager maar ook heel stresserend. Het beroep van buschauffeur evolueerde naar een knelpuntenberoep waardoor ik steeds meer beroep moest doen op een extra inspanning van onze vaste chauffeurs. Het was niet gemakkelijk maar ik maakte er wel een erezaak van dat alle ritten steeds werden gereden. Doodzonde is het dat dit mooi familiebedrijf , opgericht in 1926 door mijn opa Achiel, zijn 100jarig bestaan niet meer zal kunnen vieren.’
Kader: van Linjebuss tot Hansea
Tot de jaren twintig van de vorige eeuw werd het personenvervoer op de verbindingen Sint-Niklaas met Hulst, Stekene en Moerbeke verzekerd door de spoorwegen. Omdat de treinstations soms nogal ver van de dorpskern lagen zag de firma Weyn er brood in om een autobusverbinding te starten tussen Hulst en Sint-Niklaas, in 1926, met later ook verbindingen van Moerbeke en Stekene naar Sint-Niklaas. Oprichters Achiel Weyn en Alice De Potter werden opgevolgd door Pierre en Paul Weyn. Kurt De Block en Guy Weyn traden in 1999 aan als derde en laatste generatie.
In juli 1999 trad Autobussen Weyn toe tot de Zweedse groep Linjebuss met als grootste exploitant De Polder uit Antwerpen. Ondertussen zijn de aandeelhouders een paar keer veranderd: Linjebuss werd Connex, Connex werd Veolia om uiteindelijk in 2014 te veranderen in Hansea. Hansea is voor 49% in handen van de GIMV (Gewestelijke Investeringsmaatschappij Vlaanderen) en voor 51% van Cube (een Luxemburgse investeringsmaatschappij. In 2019 kreeg Autobussen Weyn weer nieuwe aandeelhouders doordat GIMV en Cube hun aandelen doorverkochten aan DWS Infrastructure (een Duitse vermogensbeheerder).
Quote:
‘Vroeger reden we met Leyland bussen waarvan het motorblok na ongeveer 250.000 km gereviseerd moest worden, hedendaagse bussen bollen makkelijk 1 miljoen kilometer.’
Guy Weyn & Filip De Beleyr